Wat kan je doen in geval van een onredelijk concurrentiebeding?

Wanneer is het concurrentiebeding afdwingbaar en wanneer is het ongeldig?

Stel dat je zelfstandig actief bent bij een zaak in Antwerpen. Hier heb je bijna 3 jaar gewerkt. De sfeer is niet wat het geweest is en je hebt elders een veel betere deal gekregen. Je contract loopt af in 2019. In het niet-concurrentiebeding staat echter dat je na afloop nog 3 jaar niet in een straal van 5km mag werken rond je huidige werkplaats. Je zou in december je contract willen stopzetten en in een shop 1 km verder beginnen. 

Graag wil je weten wat je opties zijn inzake het concurrentiebeding. Al je klanten komen van verder dan een straal 5km van de shop. Ook werd geen enkele klant verstrekt via de shop maar zijn het allemaal eigen klanten van social media.

 

Dit is een algemeen advies rond concurrentiebeding en niet noodzakelijk voor jouw situatie van toepassing. Als je in een gelijkaardige situatie zit en je wilt zekerheid over je rechten, win dan zeker onze expertise in.

Is het concurrentiebeding geldig? Wat indien het niet geldig is?

Het gaat hier over een overeenkomst tussen zelfstandigen. Die zijn helemaal niet zo strikt geregeld als een concurrentiebeding tussen werkgever en werknemer

Een niet-concurrentiebeding tussen zelfstandigen en ondernemingen is niet aan wettelijke beperkingen onderworpen, dus moet men kijken naar wat redelijk is. Men moet ook steeds het doel van het niet-concurrentiebeding voor ogen houden: vermijden dat je klanten gaat afwerven van je opdrachtgever. 

Een niet-concurrentiebeding moet bovendien proportioneel zijn, dat wil zeggen het niet onbeperkt mag zijn in activiteit, tijd of ruimte. Dat betekent meer bepaald:

  • dat alleen activiteiten kunnen worden uitgesloten die direct concurrerend zijn met deze van de onderneming die het beding inroept
  • dat de werking van het beding moet beperkt zijn tot de tijd die noodzakelijk is voor de doelstelling die het beding nastreeft;
  • dat de werking van het beding moet beperkt zijn tot een exact omlijnde regio die qua omvang redelijk is in het licht van de situatie.

Het niet-concurrentiebeding sluit concurrerende activiteiten uit binnen een straal van 5km. Dat lijkt op het eerste zicht redelijk. Een duur van 3 jaar is al een stuk minder redelijk. Vaak wordt er – per analogie – verwezen naar de arbeidsovereenkomsten en de daarin gangbare termijn van 12 maanden. 

Gesteld dat de voormalige opdrachtgever zou dagvaarden om het niet-concurrentiebeding af te dwingen zal de rechter in de mogelijkheid zijn om het niet-concurrentiebeding te matigen waar het buiten proportie zou zijn.

Is het afdwingbaar?

Men moet kijken of de overeenkomst geldig is: registratie is niet verplicht, maar als de tegenpartij haar ondertekend exemplaar kwijt is of als er in de overeenkomst niet staat dat elke partij een exemplaar heeft gekregen of als de pagina waarop het desbetreffende artikel staat niet geparafeerd is, kan er al gediscussieerd worden over de waarachtigheid van het beding.

Veel belangrijker is echter dat de overeenkomst geen sanctie voorziet. Doorgaans wordt er een sanctie in de overeenkomst ingebouwd als de opdrachtnemer tot een concurrerende activiteit begint. Door zo’n forfaitair schadebeding op te nemen, moet de tegenpartij haar schade niet bewijzen. 

Hier is dat echter niet gebeurd: het contract voorziet geen forfaitair schadebeding. Dat betekent dat de tegenpartij bij de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank de stopzetting van je werkzaamheden zou kunnen vragen, maar dat hij daarentegen maar moeilijk schadevergoeding zal kunnen vragen. Daarvoor moet hij immers schade bewijzen én aantonen dat deze schade het gevolg is van je concurrerende activiteit. 

Dat wordt natuurlijk zeer moeilijk.

Wat betekent dit nu?

In de eerste plaats zou je zelf naar de rechtbank kunnen stappen om te laten vaststellen dat het concurrentiebeding onredelijk is. De rechter kan het dan herleiden of zelfs vernietigen, zeker als er de overeenkomst geen matigingsbeding voorziet. 

Omdat de clausule nogal voorwaardelijk is opgesteld, zou je er ook voor kunnen kiezen de nieuwe activiteit toch op te starten en af te wachten of je opdrachtgever daaraan echt iets zal doen. Hou er echter rekening mee dat een juridische procedure ook zeker niet uitgesloten is. Komt er een juridische procedure, dan zal de tegenpartij het alvast zeer moeilijk hebben om haar schade te bewijzen.

Bijkomend

Het blijkt dat er een contract is tussen twee zelfstandigen. Maar is dat wel correct? Kon je vrij je uren kiezen? Kon je mee richting geven aan de zaak? Werkte je met eigen materiaal? Kreeg je een vergoeding per prestatie?

Antwoordde je telkens ‘nee’, dan zou er wel eens sprake kunnen zijn van schijnzelfstandigheid, dat je eigenlijk werknemer was. Je zou in dat geval een herkwalificatie kunnen vragen van de overeenkomst naar een arbeidscontract. Dat betekent natuurlijk ook dat de regels van het concurrentiebeding voor werknemers plots van toepassing worden. Voor de opdrachtgever betekent dit dat hij plots RSZ, opzegvergoeding, premies, … moet nabetalen. 

Hiermee bedoelen we niet dat je meteen naar de herkwalificatie moet gaan. Je zou dit daarentegen wel kunnen laten vallen in een gesprek met de opdrachtgever en hem er zo toe bewezen om een contract op te stellen waarin hij afstand doet van het concurrentiebeding. 

 

Dit is een algemeen advies rond concurrentiebeding en niet noodzakelijk voor jouw situatie van toepassing. Als je in een gelijkaardige situatie zit en je wilt zekerheid over je rechten, win dan zeker onze expertise in. Jureca levert steeds advies tegen een vaste prijs.