Samenwonen

Wettelijk samenwonen

Als je wettelijk wil samenwonen, moet je bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar je wil samenwonen een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen. De persoon met wie je wettelijk wil samenwonen moet hetzelfde doen. Je kan overigens maar met één persoon tegelijk wettelijk samenwonen. Deze zal in de meeste gevallen je geliefde zijn, maar het kan ook een broer of een zus of een vriend zijn. Andersom mag ook de persoon waar je wettelijk mee wil samenwonen niet tegelijk wettelijk samenwonen of getrouwd zijn met iemand anders.

Wettelijk samenwonenden genieten een zekere bescherming, die eventueel verder kan worden uitgebreid door middel van samenlevingscontract. Dit kan worden opgesteld door een advocaat of een notaris. 

Bij overlijden van één van de wettelijk samenwonenden, zal de overblijvende automatisch het vruchtgebruik verkrijgen van de woning, evenals van de inboedel van de woning, zelfs wanneer de overledene de eigenaar is van de woning. Hou er in dat verband wel rekening mee dat de verklaring van wettelijke samenwoning eenzijdig – dus door één van de twee wettelijk samenwonenden – weer kan worden ingetrokken, waardoor het vruchtgebruik wegvalt. Je kan je hiertegen wapenen door in het aankoopcontract van de woning een clausule te laten opnemen waarin bepaald wordt dat de langstlevende automatisch het vruchtgebruik krijgt van de woning. Let wel: als je gebruik maakt van deze laatste optie, zullen er nog aanvullende registratierechten worden aangerekend, wat niet het geval is als het vruchtgebruik verkregen wordt als wettelijk samenwonenden.

Feitelijk samenwonen

Feitelijk samenwonen wil zeggen dat je samenwoont met één of meerdere mensen in dezelfde woning. Dat zal meestal in gezinsverband zijn – dus met je geliefde en eventueel ook met kinderen erbij -, maar niet altijd. Zo kunnen mensen ook feitelijk samenwonen in een commune. En je kan ook feitelijk samenwonen met je broer of zus of met je ouders.

Het grote voordeel van deze samenlevingsvorm is dat je niets hoeft te regelen en je bijgevolg bespaard blijft van administratieve rompslomp. Tegelijk is het feit dat er niets geregeld is ook een groot nadeel. Tot op zekere hoogte kan je dat opvangen door een samenlevingscontract te laten opstellen, maar op vlak van erfenissen en fiscaliteit blijf je in de kou staan. Deze zaken zijn aanzienlijk beter geregeld als je wettelijk samenwoont of gehuwd bent.