Marktpraktijken en consumentenbescherming

arktpraktijken en consumentenbescherming kennen een lange evolutie te beginnen in 1971 met versnipperde consumentenwetgeving, vervolgens met de Wet handelspraktijken (WHCP) van 14 juli 1991 om nu te zijn opgenomen in boek VI van het nieuwe Wetboek Economisch Recht (WER).

De inhoud van de wetgeving is van steeds voornamelijk Europees geïnspireerd. Het gaat hierbij om de omzetting van Europese Richtlijnen.

De consumentenbescherming is als bijzonder wetgeving ontstaan in reactie op het tekortschieten van het gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsrecht en verbintenissenrecht. Fout, schade en causaal verband waren moeilijk te bewijzen.

De consumentenbescherming komt eveneens tegemoet aan een onevenwicht in de verhouding tussen consument en onderneming.

Ondernemingen zijn professionelen dagdagelijks gefocust op het verkopen van hun product of dienst. Zij sluiten frequent overeenkomsten. Een consument daarentegen sluit sporadisch overeenkomsten en kan dus makkelijk ‘bespeeld’ worden door de professionele onderneming waarmee zij contracteert.

 

Toepassingsgebied

Het boek VI van het WER kent een beperkt toepassingsgebied. De bijzondere wetgeving draait quasi uitsluitend rond ondernemingen en consumenten.

De definities van onderneming en consument zijn terug te vinden in art. 1 van boek I van het WER.

Een onderneming is ‘elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen’.

Een consument is ‘iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen’.

Verder zijn nog een hoop specifieke definities terug te vinden in art. 8 van boek I WER, die het toepassingsgebied van specifieke regels in het boek VI marktpraktijken en consumentenbescherming afbakenen.

In dat opzicht is het onderscheid tussen producten, goederen en diensten van belang.

In het bijzonder zijn er ok bepaalde regels die van toepassing zijn op ondernemingen t.o.v. niet alleen consumenten, omschreven als ‘Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten’.