Heb je een advocaat nodig?

Wij helpen jou graag verder. 

  • Vind een advocaat
  • Analyse van jouw situatie
  • Vaste en gunstige tarieven
  • Platform van 70 gespecialiseerde advocaten
Meer info over online juridisch advies

Heb je nood aan betaalbaar juridisch advies?

Uithuiszetting

Wat is een uithuiszetting? 

Een huurder en zijn inboedel kunnen op vraag van de verhuurder uit de woning gezet worden. Hiervoor is een vonnis van de Vrederechter nodig tot ontbinding van de huur en uithuiszetting. Dit kan enkel bij ernstige inbreuken op het huurcontract en wanneer geen verzoening mogelijk is.

Wanneer kan een uithuiszetting plaatsvinden?

Wanneer de huurder de huur niet (of niet tijdig) betaalt, kan de verhuurder een procedure tot uithuiszetting opstarten. Dit is ook mogelijk wanneer de huurder overlast (ernstige burenhinder, nachtlawaai,…) of schade aan de woning veroorzaakt, of op enige andere wijze de huurovereenkomst niet naleeft.

Hoe verloopt de procedure?

De vrederechter zal eerst bemiddelen: nagaan of een verzoening tussen verhuurder en huurder nog mogelijk is. Bijvoorbeeld door afspraken te maken m.b.t. de (af)betaling van de achterstallige huur. Wanneer de partijen niet verzoend raken, komt er een vonnis waarbij de huurovereenkomst ontbonden wordt en de huurder de woonst binnen bepaalde termijn moet verlaten.

Wat is de rol van het OCMW?

Nog vòòr de huurder effectief voor de rechter moet verschijnen, is het OCMW al verwittigd van de mogelijke uithuiszetting (tenzij de huurder dit niet wenst). Het OCMW kan vervolgens op vraag van de huurder bemiddelen met de verhuurder. Wanneer de partijen niet verzoend raken en er toch effectief een vonnis tot uithuiszetting tussenkomt, biedt het OCMW de best passende, wettelijke voorziene hulp. Het OCMW helpt zoeken naar een nieuwe geschikte huisvesting of noodopvang voor de huurder. Zij kan ook tussenkomen in de nieuwe huurwaarborg.

Wat gebeurt er met de inboedel?

Na de betekening van het vonnis tot uithuiszetting door de gerechtsdeurwaarder hebben de huurders 1 maand de tijd om de woning leeg te maken en te verlaten. Het vonnis kan een andere termijn vermelden, bijvoorbeeld een langere termijn om redenen van menswaardigheid. De exacte datum van uithuiszetting laat de deurwaarder ten laatste 5 werkdagen van tevoren weten.

Na deze termijn wordt de achtergelaten inboedel door de deurwaarder op straat gezet. De huurder draait zelf op voor de kosten hiervan. De gemeente haalt de goederen weg van de straat en bewaart ze nog 6 maanden (tenzij ze bederven of onhygiënisch zijn). (Hun register kan door de huurder geraadpleegd worden.)

De verhuurder kan ook beslag leggen op de (niet-levensnoodzakelijke) goederen van de huurder om de huurschulden te recupereren. In dat geval mag de huurder dit deel van de inboedel niet verplaatsen. De inbeslaggenomen goederen zullen in het voordeel van de verhuurder verkocht worden (‘voorrecht van de onbetaalde verhuurder’).

Hoe start ik als verhuurder een uithuiszettingsprocedure?

Als verhuurder kan je de procedure bij de Vrederechter inleiden met een verzoekschrift of via dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder (zie art. 1344 van het Gerechtelijk Wetboek). Vrijwillige verschijning van huurder en verhuurder is ook mogelijk maar eerder zeldzaam. De bevoegde rechter is de Vrederechter van het (gerechtelijk) kanton waar de huurwoning gelegen is. Het is wettelijk verplicht om eerst schriftelijk om een minnelijke schikking te verzoeken. Denk ook aan het voorrecht van de onbetaalde verhuurder en de mogelijkheid van beslag (na afweging van kosten versus opbrengst). Bijstand van een advocaat is aangewezen.