Slagen en verwondingen

Een slag of verwonding is elk inwendig of uitwendig letsel dat van buitenaf het lichaam is toegebracht. Eén enkele slag volstaat

Slagen en verwondingen 

Dit artikel is gebasseerd op de uiteenzetting van advocaat Joris Deene. Je kan het originele artikel hier lezen.

Een slag of verwonding is elk inwendig of uitwendig letsel dat van buitenaf het lichaam is toegebracht. Eén enkele slag volstaat: het hoeven dus geen meerdere slagen te zijn en de slag hoeft niet hoofdzakelijke fysieke gevolgen te hebben.

De strafrechter moet uitmaken of er al dan niet sprake is van de aantasting van de fysieke integriteit (bv. een man krijgt een hartaanval na een duw; dit wordt als een verwonding gezien)

Opzettelijk

Dit is het geval wanneer de slagen en verwondingen wetens en willens toegebracht zijn. Het maakt hierbij niet uit dat de dader de gevolgen van die slagen gewild heeft. Er is geen bijzonder opzet vereist; het is dus voldoende als de dader de wil heeft om deze daad te stellen. Het volstaat dat men de gewelddaad wou uitvoeren

Indien men de gevolgen van de slagen en verwondingen niet gewild heeft, sluit dit het opzet bij opzettelijke slagen en verwondingen niet uit.

Het is voldoende dat de dader de intentie heeft om de fysieke integriteit van het slachtoffer aan te tasten; er is dus geen rechtstreeks contact tussen dader en slachtoffer nodig.

Een specifiek geval is sadomasochisme. Indien tijdens dit spel pijn wordt toegebracht aan een meerderjarig slachtoffer dat daartoe uitdrukkelijk en ongedwongen zijn toestemming verleend heeft, kunnen deze slagen en verwondingen eventueel onbestraft blijven, indien het gaat om lichte vormen van fysiek geweld.

Verzwarende omstandigheden

1)     Een subjectief verzwarende omstandigheid is de voorbedachtheid

Voorbedachte rade is het geval wanneer:

  • De dader vooraf plannen heeft gemaakt om de daad te stellen
  • De dader voorafgaandelijk bij zichzelf overleg gepleegd heeft om deze feiten te plegen

Dit brengt met zich mee dat er een zekere tijdspanne moet bestaan tussen de beslissing om het feit te plegen en de uitvoering zelf. Dit kan afgeleid worden uit het feit dat de dader ter plaatse is gekomen met wraakgevoelens en met misdadige intenties.

2)     Objectief verzwarende omstandigheden worden toegepast op alle daders en mededaders, ook al zijn ze niet rechtstreeks schuldig aan de verzwarende omstandigheid of waren ze er zelfs niet van op de hoogte. Deze objectief verzwarende omstandigheden hebben te maken met de gevolgen van de slagen en verwondingen:

  • Ziekte (geneeslijk of ongeneeslijk)
  • Arbeidsongeschiktheid (ongeacht of het slachtoffer op dat ogenblik werkte of niet)
  • Het volledig verlies van het gebruik van een orgaan (bv. het gezicht, het gehoor, de spraak)
  • Een zware verminking (bv. verlies van een ledemaat)
  • De dood: een oorzakelijk verband tussen de slagen en verwondingen en de dood moet worden aangetoond
  • Als het slachtoffer een minderjarige is of een kwetsbaar persoon die niet bij machte is in zijn onderhoud te voorzien, worden de straffen verhoogd

3)     Andere subjectief verzwarende omstandigheden

Deze subjectief verzwarende omstandigheden zijn enkel van toepassing op dader, en dus niet op mededaders of medeplichtigen:

  • Het misdrijf wordt tegen de ouders of bloedverwanten in opgaande lijn gepleegd
  • Het misdrijf wordt gepleegd tegen de echtgenoot, de persoon waarmee iemand samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve of seksuele relatie heeft of gehad heeft
  • Het misdrijf wordt gepleegd door een minderjarige of kwetsbaar persoon die niet bij machte is in zijn onderhoud te voorzien
    • Door vader, moeder of andere bloedverwanten in opgaande lijn
    • Door een persoon die gezag heeft over de minderjarige of de onbekwame
    • Door een persoon die hem onder zijn bewaring heeft
    • Door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer
  • Een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in haat tegen, het misprijzen of de vijandigheid tegen een persoon omwille van diens:
    • Ras
    • Huiskleur
    • Afkomst
    • Nationaliteit
    • Geslacht
    • Leeftijd
    • Fortuin
    • Geloof of levensbeschouwing
    • Huidige of toekomstige gezondheidstoestand
    • Taal
    • Politieke of syndicale overtuiging
    • Fysieke of genetische eigenschap

4)     Specifieke verzwarende omstandigheden

Om agressief gedrag te voorkomen tegen personen die een opdracht van collectief belang uitoefenen en hierdoor veel in contact met het grote publiek komen, zijn er specifieke verzwarende omstandigheden. De minimumstraffen worden dan ook verhoogd indien de misdrijven worden gepleegd tegen de navolgende personen indien dit gebeurt in de uitoefening van hun taak:

  • Mensen van het openbaar vervoer (NMBS, De Lijn)
  • Personeelsleden van FOF Justitie die in een gevangenis werken (cipiers) of een veiligheidskorps
  • Brandweermannen
  • Postbodes
  • Ambulanciers
  • Artsen en verpleegkundigen
  • Leden van de civiele bescherming
  • Apothekers
  • Kinesitherapeuten
  • Maatschappelijke werksters of psychologen van een openbare dienst

Ook specifiek in een onderwijscontext gelden er verzwarende omstandigheden. Zo worden de minimumstraffen ook verhoogd:

  • Als de dader leerling of student is, ingeschreven aan een onderwijsinstelling, of er tijdens 6 maanden voor de feiten was ingeschreven
  • Vader, moeder of familielid is van die leerling of student
  • Ieder ander persoon die gezag heeft over die leerling of student of hem onder bewaring heeft

OF

  • Als het misdrijf wordt gepleegd tegen een personeelslid of directie van een die onderwijsinstelling
  • Of tegen de personen die de opvang van de leerlingen verzorgen in een door de gemeenschap ingericht of gesubsidieerde MPI
  • Of tegen personen die aangesteld zijn met het voorkomen en oplossen van geweld op school

OF

  • Als het misdrijf wordt gepleegd tegen een scheidsrechter in een sportwedstrijd


Verschoningsgronden

1)     Uitlokking 

Indien doodslag, verwondingen en slagen onmiddellijk uitgelokt zijn door zware gewelddaden tegen personen, dan kunnen ze verschoonbaar zijn. Indien er sprake is van uitlokking dan kan de straf worden verminderd.

In het geval van uitlokking zal de dader dus 'verschoond' worden.  Deze verschoning is gebaseerd op de morele dwang die de dader op het ogenblik van de feiten heeft gevoeld. De zware gewelddaden die werden toegebracht aan de dader zullen dus niet beoordeeld worden op de materiële hevigheid van de gewelddaden, maar op de morele dwang die zij veroorzaakt hebben en die reactie die zij uitgelokt hebben. Relatief lichte daden kunnen een hevige reactie uitlokken.
Ook geestelijke gewelddaden (tegen de dader of zijn naaste omgeving) kunnen uitlokking veroorzaken (bv. onophoudelijke telefoonterreur, de partner bedreigen, in het publiek beledigen etc.)

2)     Afweren, overdag, van beklimming of braak van bewoonde plaatsen

Slagen en verwondingen of doodslag zijn dus verschoonbaar als ze gepleegd worden:

  • Bij het afweren
  • Overdag
  • Van beklimming of braak
  • In bewoonde ruimten of aanhorigheden
  • Behalve als de dader niet kon geloven in een aanranding van personen

Gebeuren de feiten 's nachts dan wordt de verschoningsgrond zelfs een rechtvaardigingsgrond. Dus overdag is er wel sprake van een misdrijf maar wordt geen straf opgelegd, 's nachts is er geen sprake van een misdrijf.

Als het Openbaar Ministerie echter kan bewijzen dat de dader geen redenen had om te veronderstellen dat hijzelf (of anderen) in gevaar waren, dan zal uitlokking of wettige verdediging niet kunnen aangevoerd worden. Er zal dan geen sprake zijn van een verschoningsgrond of rechtvaardigingsgrond.


Rechtvaardigingsgronden
  

  • Wettige verdediging
  • Het afweren, bij nacht, van beklimming of braak in bewoonde plaatsen behalve als de persoon niet kon geloven in de aanranding van personen
  • Het zich verdedigen tegen daders van diefstal of plundering, gepleegd met geweld tegen personen

Subthema's