Procureur des konings

Een magistraat van het Openbaar Ministerie

In België is een Procureur des Konings een magistraat van het Openbaar Ministerie. Er is een procureur des Konings in ieder gerechtelijk arrondissement en een federale procureur die bevoegd is voor het hele grondgebied. De procureur des Konings wordt bijgestaan door een of meer substituten.

De bevoegdheden van het openbaar ministerie en dus ook van de procureur des Konings, worden beschreven in de artikels 137 tot en met 156 van het Gerechtelijk Wetboek. Het parket vervult een dubbele rol: enerzijds maakt het deel uit van de uitvoerende macht, anderzijds van de rechterlijke macht. In het eerste geval ziet het parket toe op de naleving van de wet, in het andere geval adviseren de magistraten van het parket de rechters bij de interpretatie van de wet.

De procureur des Konings oefent, onder het gezag van de minister van Justitie, de opdrachten van het Openbaar Ministerie uit bij de arrondissementsrechtbank, de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank en de politierechtbank van het arrondissement.

Het parket vervult een aantal taken en bevoegdheden: taken in verband met de rechterlijke organisatie, toezicht op de naleving van wetten en besluiten, rechtsprekende functies, taken van administratieve aard, taken en opdrachten in strafzaken en taken en opdrachten in burgerlijke zaken. De procureur staat in voor de uitoefening van de strafvordering, maar treedt ook op in burgerlijke zaken en zaken voor de arbeidsgerechten wanneer de wet het voorschrijft of zijn optreden wordt gevorderd.

Het parket vervult zijn belangrijkste rol als hoeksteen in de strafvordering. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, maken de ordediensten hiervan een proces-verbaal op dat aan het parket wordt overgemaakt.

Subthema's