Begrafeniskosten en onderhoudsplicht

Zelfs bij weigering erfenis moeten kinderen begrafeniskosten betalen

Stel: niemand heeft de erfenis (gewoon) aanvaard en deze bevat te weinig geld om de begrafenisfactuur te betalen.

In de praktijk zal de begrafenisondernemer eenvoudigweg diegene aanspreken die de begrafenis bestelde. Maar hij zou de kinderen ook op grond van hun onderhoudsplicht kunnen verplichten om de kosten van de begrafenis of crematie van hun ouders betalen.

Het feit dat de kinderen de erfenis weigerden (of slechts beperkt aanvaardden), maakt geen verschil uit voor hun onderhoudsplicht. Zelfs bij verwerping van de nalatenschap moeten de onderhoudsplichtigen namelijk de begrafeniskosten betalen.

In de praktijk zal de begrafenisondernemer zich op het contract tot begrafenis of crematie baseren, en niet op de onderhoudsplicht. Er zijn immers voorwaarden verbonden aan de onderhoudsplicht (zie verder). Bovendien moet hij alle kinderen aanspreken, elk voor hun deel, wat meer rompslomp geeft. Tenslotte is er rechtspraak die stelt dat onderhoudsgeld (of betaling van facturen) enkel door de persoon zelf kan gevraagd worden en niet zijdelings, dat betekent niet door anderen zoals het ziekenhuis (voor ziekenhuisfacturen). Misschien kan een begrafenisondernemer zich dan evenmin op de onderhoudsplicht beroepen… Om die problemen te vermijden, zal de begrafenisondernemer betaling vragen aan diegene die de begrafenis of crematie bestelde.

Voorwaarden voor onderhoudsplicht

De kinderen zijn op grond van de onderhoudsplicht slechts verplicht om te betalen indien aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • De overledene was behoeftig
  • De begrafeniskosten zijn in verhouding tot het vermogen van de onderhoudsplichtige: er wordt m.a.w. rekening gehouden met de financiële middelen van de onderhoudsplichtige. Als die zelf behoeftig is, geldt de onderhoudsplicht niet.

Dit is de wettelijke basis hiervoor:

Artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek:

De kinderen zijn levensonderhoud verschuldigd aan hun ouders en hun andere bloedverwanten in de opgaande lijn die behoeftig zijn.

Artikel 208 Burgerlijk Wetboek:

Levensonderhoud wordt slechts toegestaan naar verhouding van de behoeften van hem die het vordert en van het vermogen van hem die het verschuldigd is.

 Diegene die de begrafenis betaalde (omdat hij/zij die bestelde) kan in principe terugbetaling vragen aan de (andere) onderhoudsplichtigen. Daarbij kunnen wel problemen opduiken:

  • Diegene aan wie terugbetaling wordt gevraagd, is zelf arm. Dan geldt de onderhoudsplicht niet, of in mindere mate.
  • Door de begrafenis (volledig) te betalen, kan men er vanuit gaan dat je een ‘natuurlijke verbintenis’ voldeed. Een soort morele verplichting waarvoor je geen terugbetaling kan vragen, je deed een betaling die wel degelijk verschuldigd was. Een partner kan bijvoorbeeld géén terugbetaling van de begrafeniskosten vragen aan de onderhoudsplichtigen (zie verder).
  • Zoals eerder aangehaald: de vordering tot onderhoud is een persoonlijke vordering. Iemand anders dan de persoon in kwestie (de overledene) kan zich misschien niet baseren op de onderhoudsplicht om betaling van de begrafenisfactuur te bekomen.

Zie het arrest van het Hof van Cassatie van 20 september 2013 over het feit dat een ziekenhuis zich niet op de onderhoudsplicht kan beroepen

Tip: Bestel dus best met alle kinderen samen de begrafenis of crematie en betaal elk jullie deel.

Partner voldoet natuurlijke plicht

De partner die de begrafenis betaalde, kan de begrafeniskosten níet terugvragen aan de kinderen op grond van onderhoudsplicht.

Men gaat er immers van uit dat die partner door de begrafenis te betalen een ‘natuurlijke verbintenis’ heeft voldaan. Dat zijn kosten die niet teruggevorderd kunnen worden.

Geen evidente zaak dus, de betaling van de begrafenisfactuur. Via onze tool vind je de beste advocaat om de begrafenisfactuur (terug)betaald te krijgen. Je kan hier zelf een advocaat zoeken.