Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten

Een handelspraktijk wordt in art. 8 van boek I WER als volgt gedefinieerd:

‘iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product’

De omschrijving van en handelspraktijk is ruim, met de bedoeling zo breed mogelijk ‘te vangen’.

Art. 93, boek VI, WER omschrijft oneerlijke handelspraktijken als volgt:

‘Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij :

  1. in strijd is met de vereisten van professionele toewijding, en
  2. het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het economische gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het onderliggende product wezenlijk verstoort of kan verstoren.’

Naast deze overkoepelde norm zijn er, net zoals bij de onrechtmatige bedingen, meer concrete verboden handelspraktijken.

Enerzijds zijn er de misleidende handelspraktijken en anderzijds de agressieve handelspraktijken. 

Beide verboden soorten handelspraktijken werken op hun beurt opnieuw met een ‘catch-all’ bepalingen en met een zwarte lijst