Aansprakelijkheid

Schade door een fout van een ander moet worden gecompenseerd. Het aansprakelijkheidsrecht belichaamt dit natuurrecht.
Het aansprakelijkheidsrecht is als het ware een rode draad doorheen quasi alle rechtssystemen ter wereld. Het is vaak de hoofzaak van procedures, maar komt ook vaak tevoorschijn als bijzaak.

Indien er geen contract is opgesteld om de aansprakelijkheid te regelen geld de buitencontractuele aansprakelijkheid, zoals hieronder uitgelegd.

Indien er wel een contract is opgesteld geldt de contractuele aansprakelijkheid.

Wat is de juridische basis voor aansprakelijkheid?

De grondslag voor het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht zijn de artikelen 1382 t.e.m. 1386bis van het Burgerlijk Wetboek. 

Het centraal artikel 1382 BW luidt als volgt:

Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.

De basiselementen in het aansprakelijkheidsrecht zijn fout, causaal verband en schade. 

Ook de rechtspraak als bron van het aansprakelijkheidsrecht is niet te onderschatten. Voornamelijk het Hof van Cassatie (het hoogste Belgische rechtscollege) heeft door uitlegging van rechtsregels, nieuw recht gecreëerd. 

Welke schade wordt vergoed?

Schade lijdt men als zijn of haar juridische belangen zijn aangetast. De schade moet zeker zijn en mag niet hypothetisch zijn. Schade mag wel toekomstig zijn, zolang zij maar voldoende bepaalbaar en zeker is en voortvloeit uit een reeds vaststaand feit.

Er wordt traditioneel een opdeling gemaakt in patrimoniale en extra-patrimoniale schade.

Patrimoniale schade is de materiële schade die men lijdt aan zijn vermogen. Het geleden verlies zowel als de gederfde winst komen in aanmerking voor vergoeding. Men spreekt respectievelijk over het damnum emergens en het lucrum cessans.
Extra-patrimoniale schade is concreet de morele schade die men lijdt.

Daar waar patrimoniale schade vaak duidelijk te begroten is, is de extra patrimoniale schade moeilijk te begroten.
Extra-patrimoniale schade wordt dan ook vaak naar billijkheid geraamd.

Moet er altijd een fout gemaakt worden om aansprakelijk te zijn?

Neen.

Naast de meest klassieke vorm van aansprakelijkheid bestaan er nog andere vormen van aansprakelijkheid. Bijzondere aandacht gaat uit naar de objectieve aansprakelijkheid. 

Deze vorm van aansprakelijkheid is ontstaan vanuit een bepaald pragmatisme.
Sommige geleden schade is:

  • te linken aan niet foutief gedrag
  • gevolg van een moeilijk te bewijzen fout
  • moeilijk in causaal verband te brengen met een gedrag
  • gevolg van gedrag van dieren
  • gevolg van gedrag van handelingsonbekwamen
  •  … 

In het klassieke aansprakelijkheidsrecht zouden deze schadelijders uit de boot vallen.
Objectieve aansprakelijkheid komt hieraan tegemoet.

Soorten objectieve aansprakelijkheid

Objectieve of foutloze aansprakelijkheid, veronderstelt dat een bepaalde persoon aansprakelijk wordt gesteld voor geleden schade, zonder dat deze persoon per se een foutieve gedraging heeft gesteld.

Er wordt tot aansprakelijkheid besloten aan de hand van andere criteria dan de klassieke fout zoals in art. 1382 BW.
De verschillende criteria geven op hun beurt aanleiding tot onderverdelingen waarvan de voornaamste hier worden aangehaald.

Eerst en vooral is er de schuldloze aansprakelijkheid vervat in art. 1386bis BW waarin het volgende staat te lezen:
Wanneer aan een ander schade wordt veroorzaakt door een persoon die zich in staat van krankzinnigheid bevindt, of in een staat van ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid die hem voor de controle van zijn daden ongeschikt maakt, kan de rechter hem veroordelen tot de gehele vergoeding of tot een gedeelte van de vergoeding waartoe hij zou zijn gehouden, indien hij controle van zijn daden had.

De rechter doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdende met de omstandigheden en met de toestand van de partijen.

Het gaat dus om personen met ernstige gedragsstoornissen die hen maatschappelijk gevaarlijk maken.

De personen die onder de toepassing van dit artikel vallen moeten in essentie gelijk gesteld worden met deze die in het strafrecht als ontoerekeningsvatbaar moeten worden beschouwd aan aanleiding geven tot internering.

Deze visie werd expliciet onderschreven door het Hof van Cassatie.

Of iemand uiteindelijk onder de toepassing van art. 1386bis BW valt, is te beslissen door de feitenrechter.
Ten tweede is er zoiets als aansprakelijkheid voor niet-foutief gedrag.

In deze vorm van aansprakelijkheid is met tot compensatie van bepaalde schade gehouden, terwijl men eigenlijk geen foutief gedrag stelde.

Deze vorm van objectieve aansprakelijkheid kent verschillende gedaantes, waarvan de belangrijkste ongetwijfeld burenhinder is.

Het leerstuk burenhinder is gestoeld op de door het Hof van Cassatie in haar kanaal- en schoorsteenarresten van 1960 geformuleerde evenwichtsleer.

Volgens deze arresten verplicht art. 544 BW de eigenaar van een onroerend goed, die door een niet-foutief feit het evenwicht verbreekt dat tot stand is gekomen tussen naburige eigendommen door aan een naburige eigenaar een stoornis op te leggen die de maat van de gewone buurschapsnadelen overschrijdt, tot een rechtmatige en passende compensatie waardoor het verbroken evenwicht hersteld wordt.

De evenwichtsleer komt tegemoet aan schadelijders door toestanden/gedragingen die niet strikt juridisch als onrechtmatig of foutief kunnen worden bestempeld.

Finaal bestaat er nog de risicoaansprakelijkheid. Hierbij word een persoon aansprakelijk gesteld ingevolge een bepaalde band die hij/zij heeft met de schadeverwekkende gebeurtenis.

Er wordt een aanknopingspunt bepaald tussen de schadeverwekkende gebeurtenis en de aansprakelijkheid anders dan de loutere causaliteit.

Zo is er de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde. In art. 1384, lid 3 Bw staat samengevat het volgende ‘meesters en personen die anderen aanstellen zijn aansprakelijk voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zijn hen gebezigd hebben’.

Aangestelden zijn personen die ondergeschikt aan de aansteller werk uitvoeren. Dit werk hoeft niet per se bezoldigd te zijn zodat ook vrijwilligers aangestelden kunnen zijn.

Aanstellers zijn diegenen die voor eigen rekening aangestelden aanstellen voor het uitvoeren van een werk.
Als dus een aangestelde tijdens de uitvoering en naar aanleiding van een werk voor een aansteller een fout begaat en schade veroorzaakt, is de aansteller daarvoor aansprakelijk.

Ook de aangestelde zelf kan eventueel aansprakelijk zijn voor de begane fout. Om deze reden kan de aansteller die aansprakelijk is gesteld, zich richtten tegen de aangestelde. 

Ook vermeldenswaardig onder de risico aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid voor dieren.
Art. 1385 BW zegt daarover het volgende:

De eigenaar van een dier, of, terwijl hij het in gebruik heeft, degene die er zich van bedient, is aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was.
Verder bestaat er nog risicoaansprakelijkheid voor gebouwen (art. 1386 BW), gebrekkige zaken (1384, lid 1 BW), gebrekkige producten (wet 25 februari 1991), …

Tot welke rechtbank richt ik mij?

Het aansprakelijkheidsrecht zit verweven in alle rechtstakken van ons rechtssysteem. Het komt dan ook als logisch voor dat deze materie niet exclusief tot de bevoegdheid van 1 rechtbank behoort.

Als een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering als hoofzaak wordt gesteld, zal meestal ofwel de Rechtbank van Eerste Aanleg ofwel de Vrederechter bevoegd zijn. De omvang van de vordering (meer of minder dan 2.500,00 euro) zal uiteindelijk bepalen welke van de twee het wordt.

Als de aansprakelijkheidsvordering als bijzaak wordt gesteld, volgt deze de hoofdzaak en gaat zij mee naar de rechtbank die bevoegd is om over de hoofdzaak te oordelen.

Wat is de rol van de advocaat?

Hoewel de functie van het aansprakelijkheidsrecht op het eerste zicht relatief eenvoudig lijkt, is het opmaken van een aansprakelijkheidsvordering dit niet.

De verschillende aspecten en de diepgang van het aansprakelijkheidsrecht vereisen deskundigheid bij het opstellen van de aansprakelijkheidsvordering.

In het bijzonder vraagt de begroting van de schade ook bijzonder aandacht.

Vaak is de aansprakelijkheidsvordering een bijzaak bij een andere vordering in een andere specifieke rechtstak zodat een bijzondere deskundigheid is vereist.

De tussenkomst van een advocaat is dan ook quasi onontbeerlijk.

Klik hier om een gespecialiseerde advocaat aansprakelijkheid en schadevergoeding te zoeken.

Advocas kan u ook helpen met het vinden van de beste advocaat aansprakelijkheid.

 

 

Wacht niet met uw rechten te beschermen.

Jureca helpt u vrijblijvend met het zoeken van de ideale advocaat. Een eerste consultatie over uw rechten is bovendien vaak gratis.

  • Vertel ons vrijblijvend uw situatie
  • Wij contacteren gespecialiseerde advocaten
  • U ontvangt een overzicht van mogelijke oplossingen en prijzen

Neem geen risico

Post hier gratis uw zaak